Evaluatie

Bij al wat we ondernemen moeten we regelmatig ons werk evalueren, om te weten waar we staan en om zo nodig onze inspanningen bij te sturen.

In het onderwijs is evaluatie van groot belang. Om een volgende stap in het leerproces te kunnen zetten moeten we nagaan of de vorige fase degelijk is verwerkt. Leraar, leerling en ouders hebben die informatie nodig. Voor de leerling leidt ze tot zelfkennis en kan ze aansporen en aanmoedigen.

Hoe jonger de leerling, hoe regelmatiger en PERMANENTER die evaluatie moet zijn. Daarom staan er in de eerste graad meer punten op het dagelijks werk dan op de syntheseproeven. We gebruiken in de eerste graad met opzet niet het woord ‘proefwerk’, omdat die syntheseproef voornamelijk hoofdzaken
of belangrijke delen van de leerstof wil controleren, zodat kan blijken of een leerling voldoende bagage heeft om verder te gaan voor het vak.

Deze syntheseproeven staan op 2/5 van de punten, het dagelijks werk op 3/5. Die laatste worden toegekend op basis van de inzet en medewerking in de klas, het persoonlijk werk en vooral de kleine en grote overhoringen.

Beide categorie├źn van punten vindt men op het semesterrapport op het einde van elk semester in december en juni. Evolutieve evaluatie wordt in de eerste graad ook bevorderd door aan het tweede semester meer belang toe te kennen in de einduitslag. Het gewone rapport wordt in de eerste en tweede graad om de vier weken meegegeven.

In de tweede graad is de balans tussen dagelijks werk en eindproeven in evenwicht: de punten worden evenredig verdeeld. In de derde graad tenslotte gaat 2/3 van de punten naar de eindproeven van ieder semester en staat 1/3 op dagelijks werk.