Leerlingenbegeleiding

Leerlingen onderwijs verschaffen en leerlingen begeleiden zijn twee gebieden die op ons college niet naast maar door elkaar lopen. In die zin is onze begeleiding niet enkel remediërend (d.i. als er wat misloopt), maar ook preventief. Bovendien houdt onze begeleiding – in de lijn van ons opvoedingsproject – steeds in het achterhoofd dat het de leerlingen moet leren om zelfstandig te functioneren.

Als we spreken over leerlingenbegeleiding, dan hebben we drie aspecten voor ogen:

• de studiebegeleiding, wat o.a. studiemethodebegeleiding, leren planmatig werken, leren structureren en synthetiseren en leren notities nemen behelst;

• de socio-emotionele begeleiding, wat zowel de individuele ontwikkeling als het functioneren binnen de klasgroep en in de school inhoudt. Centraal hierbij staan die elementen die een weerslag hebben op studie en gedrag;

• de studiekeuzebegeleiding, d.i. de leerlingen bijstaan als ze een keuze tussen mogelijke studierichtingen moeten maken, na het eerste (voor de optie Latijn), tweede, vierde en zesde jaar.

In de begeleiding van onze leerlingen hanteren wij het drielijnenmodel. De eerste lijn wordt gevormd door wie dagelijks met de leerlingen werkt, de leerkrachten dus. De tweede lijn bestaat uit mensen die niet voor de klas staan, maar wel op de school aanwezig zijn om leerlingen op te vangen. De derde lijn tenslotte is de externe hulpverlening.

de eerste lijn

De eerste begeleider is natuurlijk de leerkracht. Hij of zij geeft studietips voor het vak, geeft feedback na evaluaties en helpt leerlingen met moeilijkheden voor het vak. Bovendien is elke leerkracht uiteraard niet alleen vanuit vakbekommernissen met de leerlingen bezig, maar ook vanuit de bekommernis om de leerling als persoon.

Een aparte plaats op dat gebied neemt de klasleerkracht in, omdat hij/zij bij uitstek niet alleen lesgebonden maar ook lesoverstijgend met leerlingenbegeleiding bezig is. Hij of zij volgt de leerlingen van de klas van nabij op, centraliseert de eventuele problemen, overlegt met
de vakcollega’s en voert gesprekken met de leerlingen. De klasleerkracht is ook de spil van de klassenraad, d.i. de vergadering van alle leerkrachten die in een klas lesgeven en die regelmatig samenkomen om de leerlingen te bespreken. De klasleerkracht bereidt deze vergaderingen voor, inventariseert de gemaakte afspraken, coördineert de opvolging en neemt eventueel contact op met de leerlingenbegeleiders, directie of ouders.

de tweede lijn

In de tweede lijn staan de leerlingenbegeleiders die met de adjunct-directeur samenwerken om de leerlingenbegeleiding te ondersteunen en om leerlingen die een langerlopende begeleiding nodig hebben op te vangen. De leerlingen kunnen uit eigen beweging bij de leerlingenbegeleiders aankloppen, maar ze worden ook naar hen doorverwezen door leerkrachten of ze worden ontboden op vraag van de ouders. De leerlingenbegeleiders roepen ook op eigen initiatief leerlingen bij zich, op basis van zwakke rapportcijfers bijvoorbeeld.

Deze leerlingenbegeleiders zijn gedeeltelijk vrijgesteld van lessen en zijn elke middag (en ook wel na 16.00 u.) voor de leerlingen beschikbaar. Wekelijks komen ze met de adjunct-directeur samen. Ze gaan na wie voor een gesprek uitgenodigd moet worden en bespreken de stand van zaken en een gemeenschappelijke strategie voor de leerlingen die ze begeleiden.

de derde lijn

Ook met de CLB-medewerkers hebben onze leerlingenbegeleiders nauwe contacten. Het CLB (Centrum voor leerlingenbegeleiding) is immers eveneens actief bezig met leerlingenbegeleiding, zowel op het vlak van studieproblemen als van socio-emotionele problemen. Bovendien is het CLB actief betrokken bij de studiekeuze van onze leerlingen.

Als het CLB en het college geen voldoende antwoord vinden op de problemen van een leerling, dan verwijzen we door naar externe professionele hulpverlening (b.v. het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg, medische begeleiding…). In samenspraak met de ouders en de betrokken leerling zoeken we dan naar een geschikte instantie.

Print Friendly, PDF & Email